Waarom zzp’ers geen personeel aannemen

Stomdronken werknemer krijgt ton na ontslag

Een man die tot twee keer toe stomdronken op zijn werk verscheen, had niet ontslagen mogen worden. Zijn werkgever, Dräger, moet hem terug in dienst nemen en hem al zijn misgelopen loon alsnog betalen.

Dat heeft het gerechtshof Amsterdam bepaald. Eerder hadden de kantonrechter en het hof de werkgever in het gelijk gesteld. Maar de Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof, waar de ontslagen werknemer alsnog gelijk kreeg.

Omgevallen

De man werkte sinds 1991 naar tevredenheid als magazijnbediende/beheerder bij de maker van beademingsapparatuur in Zoetermeer. Sinds 1 juni 2015 is daar een strikt alcoholbeleid van kracht. Iets later, op 19 augustus 2015, valt de man bij de fietsenstalling. Zijn collega’s moeten hem helpen. Hij stinkt naar alcohol.

De werkgever heeft op 7 september van dat jaar een gesprek met de man. Hij krijgt een waarschuwing: als er de komende 12 maanden weer zoiets voorvalt, heeft dat consequenties. Hij wordt verwezen naar de bedrijfsarts.

Een half jaar later, op 17 maart 2016, verschijnt de man weer stomdronken op zijn werk. Om negen uur ’s ochtends blijkt de man een alcoholpromillage van 3,52 te hebben. Dat staat gelijk aan 15 tot 19 glazen drank voor een gemiddelde man. Er zat een fles wodka in de tas van de man. Hij werd op staande voet ontslagen.

Aanvechten

Dit ontslag vocht de man aan, tot aan de Hoge Raad aan toe. En met succes, zo blijkt. Waar rechters eerder het ontslag bevestigden, maakt het hof in Amsterdam dat ongedaan. Dräger had de man een behandelplan moeten aanbieden.

Het bedrijf moet de arbeidsovereenkomst van de man per 16 maart 2016 herstellen. Hij heeft recht op al het loon, een kleine €3000 bruto per maand, in de 32 maanden sindsdien, vermeerderd met wettelijke rente. Dat is ruim €100.000. Daarna moet Dräger een kleine €3000 aan proceskosten betalen.

Het is niet de eerste keer dat de rechter in het voordeel van een alcoholist oordeelt. In 2017 zette de Groningse jenevermaker Hooghoudt een vertegenwoordiger op straat die dronken een leaseauto in de prak had gereden. Dat mocht niet van de rechtbank in Groningen, omdat de alcoholverslaving als een ziekte moest worden gezien. Bron: Telegraaf.

Veel schijn zelfstandigen

Zo’n 10 tot 13% van alle zelfstandigen zonder personeel zou in aanmerking komen voor een vaste baan als het kabinet het aangekondigde beleid voor zzp’ers uitvoert. Het gaat om een groep die in 2017 zo’n 75.000 tot 100.000 mensen bedroeg. Dat blijkt uit een studie die het economisch onderzoeksbureau SEO heeft uitgevoerd voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De studie is bedoeld om het kabinet meer inzicht te geven in de samenstelling van het Nederlandse leger van zzp’ers. In het regeerakkoord staat dat het kabinet een nieuwe wet gaat maken die enerzijds echte zelfstandigen meer zekerheid biedt over hun status, en anderzijds schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt voorkomt.

Schijnzelfstandigen

Zelfstandigen die een uurtarief krijgen van minder dan € 18, en die een langer durende relatie hebben met een opdrachtgever, zouden volgens het regeerakkoord eigenlijk een vaste arbeidsovereenkomst moeten krijgen. Het kabinet beschouwt hen als schijnzelfstandigen. Zelfstandigen met een hoog uurtarief van € 75 of meer zouden juist in hun status als zzp’er bevestigd moeten worden door een opt out voor de loonbelasting en werknemersverzekeringen.

Het kabinet probeert dus met zijn aanpak de zzp’ers niet op één hoop te gooien, maar onderscheid te maken. Onderzoeksbureau SEO heeft met behulp van een grote enquête meer inzicht proberen te krijgen in de samenstelling en de karakteristieken van de groep zelfstandigen. Het gaat daarbij om zzp’ers die voor een zakelijke opdrachtgever werken, waarvan er in Nederland ongeveer een miljoen zijn. De overige 200.000 zelfstandigen werken voor particuliere opdrachtgevers.

Lage uurlonen

De zzp’ers met uurtarieven tot € 18 werken vaak in sectoren waar ook lage uurlonen worden betaald. Het gaat om post en koeriers, personenvervoer, gezondheidszorg, beveiliging en opsporing en logiesverstrekking. Tien procent van de werknemers die in deze sectoren werkt heeft een uurloon dat lager ligt dan € 15. Het aantal zelfstandigen in deze sectoren waarvoor dat ook geldt ligt hoger, namelijk zo’n 16%.

De groep zelfstandigen die meer dan € 75 per uur verdiend bedraagt zo’n 20% van de totale groep. In 2017 waren dat zo’n 150.000 mensen. Zij zouden onder de nieuwe wet dus in aanmerking komen voor de opt out voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen. Het betreft vaker dan gemiddeld hoger en academisch opgeleide zzp’ers. Zij verrichten doorgaans specialistische werkzaamheden voor steeds wisselende opdrachtgevers.

Het aantal werknemers met een vaste baan dat meer dan € 75 per uur verdient bedraagt slechts 2% van het totaal. Het aantal zzp’ers in deze categorie ligt veel hoger, namelijk 22% van het totaal. Bron FD.

Aantal faillissementen neemt opnieuw toe vandaag

06Het aantal failliet verklaarde bedrijven is opnieuw toegenomen. In november 2018 zijn er 13 bedrijven meer failliet verklaard dan in oktober, meldt het CBS. In september bereikte het aantal faillissementen het laagste niveau na 2000. De trend is echter al ruim een jaar redelijk vlak. december januari 2015 februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december januari 2016 februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december januari 2017 februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december januari 2018 februari maart april mei juni juli augustus september oktober november 0 250 500 750 Aantal faillissementen van bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken), voor zittingsdagen gecorrigeerd Toon tabel Aantal faillissementen van bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken), voor zittingsdagen gecorrigeerd Trend vlak In mei 2013 piekte het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd. Daarna is er tot september 2017 sprake van een dalende trend. Vervolgens wisselden stijgingen en dalingen elkaar af. De trend is al ruim een jaar redelijk vlak. Het aantal faillissementen bereikte in september 2018 het laagste niveau sinds 2001. Daarna is het aantal faillissementen echter twee maanden op rij gestegen.

Meeste faillissementen in de handel

Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er in november 263 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal faillissementen, namelijk 57. De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden er in november de meeste faillissementen uitgesproken in de bedrijfstak horeca. Handel Bouwnijverheid Financiële instellingen Specialistische zakelijke diensten(o.a. advisering en onderzoek) Industrie Verhuur, overige zakelijke diensten Horeca Vervoer & opslag Informatie & communicatie Gezondheids- & welzijnszorg Cultuur, sport en recreatie Verhuur, handel van onroerend goed 0 10 20 30 40 50 60 Informatie & communicatie■ aantal: 12 Aantal faillissementen bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken) naar bedrijfstak, november 2018 Toon tabel Aantal faillissementen bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken) naar bedrijfstak, november 2018 De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld. bron cbs

5 Jaar ZZP’er

Bron CBS

Meer dan helft van de zzp’ers is vijf jaar nadat zij zijn begonnen alweer gestopt. Zij zijn bijvoorbeeld in loondienst  gaan werken of ontvingen na vijf jaar een pensioenuitkering. Slechts 4% nam personeel aan. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag bekend heeft gemaakt. Het onderzocht wat de 650.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) die tussen 2008 en 2010 zijn begonnen, na vijf jaar deden.

Of een zzp’er doorgaat als zelfstandige of niet, hangt sterk af van de sector. Zo blijkt ruim 70% van de zzp’ers in de sector ‘landbouw, bosbouw en visserij’ na vijf jaar nog steeds zzp’er te zijn. Van de starters in de gezondheidszorg is slechts een derde na vijf jaar nog als zzp’er actief.

Ongeveer dertig procent van de zzp’ers werkt na vijf jaar in loondienst. Zo’n 6% ontvangt na vijf jaar een uitkering en 5% zit zonder inkomen. Een kleine 42% is dan nog steeds zzp’er. Of zzp’ers op het moment dat ze begonnen ook op een andere manier geld verdienden, kan uit de cijfers niet worden opgemaakt.

Eerst ZZP’er nu multimiljonair, tips

Uit het AD, citaat intervie Pieter Zwart oprichter Coolblue.

Gouden tips
,,Stel vragen, dat vind ik toch wel een van de belangrijkste tips om mee te geven. En geloof niet in het idee, maar in de uitvoering. Elke dag een beetje beter. Welke behoefte van de klant vervul je echt? Als je dat weet en daaraan werkt, word je echt groter. Het zit in de details ook; je moet een beetje een detailfucker zijn, is mijn stellige mening.  Verder kost ondernemen natuurlijk gewoon veel moeite. Het is complex. Er is geen silver bullet of magic formula. Als het zo makkelijk was..

Uurtarieven stijgen

In het derde kwartaal van 2018 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 2,2 procenttoegenomen. Dat is de grootste stijging na 2009. De adviestarieven van de Prijzen & Tarievengids zijn deels gekoppeld aan de CAO lonen. Dat betekent dat de uurtarieven voor freelancers en ZZP’ers ook zullen stijgen.

De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 2,3 procent in het derde kwartaal van 2018. Sinds het begin van 2016 ligt de stijging van de contractuele loonkosten weer boven die van de cao-lonen.

In 2018 komt dit door de verhoging van de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet en doordat de werkgevers meer bijdragen aan WAO-en WW-premies. Bij de overheid kwam dit ook door de gestegen werkgeversbijdrage in pensioenpremies (ABP).

Van alle drie de sectoren stegen bij de sector overheid de lonen in het derde kwartaal van 2018 het meest met 2,9 procent. De loonstijging bij de particuliere bedrijven en de gesubsidieerde sector was in het derde kwartaal respectievelijk 2,1 en 1,5 procent.

Het voorlopige cijfer over het derde kwartaal van 2018 is gebaseerd op 88 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer 8 van elke 10 werknemers vallen onder een cao.

Bron CBS.

Ga toch fietsen

Het Kabinet vereenvoudigt de bijtellingsregels voor het privégebruik van een zakelijke fiets naar 7 procent. Dit percentage doet volgens de zes partijen recht aan de vele voordelen en positieve effecten van fietsen op zowel de reiziger, het milieu, klimaat als de doorstroming.

 Het percentage maakt deel uit van een vereenvoudiging van de fiscale fietsregeling, dat is opgenomen in het Belastingplan 2019. Met de vereenvoudiging komt een einde aan de onduidelijkheid over de huidige bijtellingsregeling. Deze is dusdanig complex en op vele manieren uitlegbaar, dat maar weinig werkgevers een zakelijke fietsregeling voor hun werknemers aanbieden.

Door de fiets fiscaal aantrekkelijker te maken worden niet alleen de verkopen van (elektrische) fietsen gestimuleerd, maar leidt er vooral toe dat het gebruik van de fiets, zowel voor woon-werk als privé, toeneemt. Dat heeft een gunstig effect op de filedruk, levert een belangrijke bijdrage aan het terugdringen van de klimaat en luchtvervuilingsproblematiek en heeft een positief effect op de volksgezondheid. Jager: “Deze situatie kent alleen maar winnaars. Niet alleen de overheid die 10 miljoen euro extra opbrengsten ontvangt, maar bovenal meer gezonde fietsers die samen bijdragen aan minder files, schonere lucht en een beter klimaat.”

Bij een bijtelling van 7 procent worden ook duurdere elektrische fietsen voor een grotere groep reizigers toegankelijk.
De maatschappelijke baten van deze fiscale regeling kunnen oplopen tot zo’n 54 miljoen euro per jaar; 44 miljoen euro aan maatschappelijke baten en 10 miljoen aan belastingopbrengsten.

De 44 miljoen euro aan maatschappelijke baten van de fiets zijn onderverdeeld in verschillende effecten. De elektrische fiets en met name de speed pedelec, zijn op afstanden tot 15 kilometer bijzonder geschikt om bijvoorbeeld de auto te vervangen. Dit scheelt per extra fietser maximaal 400kg CO2 en vermindert de uitstoot van schadelijke stoffen. Het bevordert bovendien ook de doorstroming op de weg. Tot slot heeft fietsen een belangrijke preventieve werking en houdt werknemers fit en gezond voor werk en hun privé leven. Dit bespaart de overheid circa 210 euro aan ziekte- en verzuimkosten per werknemer per jaar.

De fiscale fietsregeling maakt deel uit van het Belastingplan 2019 en wordt in het najaar met de Tweede Kamer besproken. Na akkoord van de Tweede Kamer wordt de wet in 2019 geïmplementeerd en treedt vanaf januari 2020 in werking.

Pensioenfonds voor zzp’ers in de bouw?

Bron: FD
Verplichte deelname van zzp’ers aan het pensioenfonds Bouw is niet haalbaar. Het bestuur van pensioenfonds Bouw zet daarom in op een nieuwe vorm: automatische deelname, met het recht om te weigeren. Daar is nog wel een wetswijziging voor nodig.

Het pensioenfonds voor de Bouw wil een pensioen kunnen bieden voor zelfstandigen zonder personeel. Deze snel gegroeide groep in de bouwsector doet nu niet mee. ‘Als er niet wordt ingegrepen, dreigt voor een deel van deze groep een pensioentekort’, zegt pensioenfondsdirecteur David van As.

De afgelopen jaren steeg het aantal zzp’ers in de bouw tot meer dan 100.000. Veel van deze bouwvakkers verloren hun baan tijdens de economische crisis die begon in 2008. En daarmee ook hun deelname aan een pensioenfonds. Zzp’ers zijn in tegenstelling tot werknemers niet verplicht aangesloten bij een pensioenfonds. Sterker: meestal kunnen zij zelfs niet meedoen.

Inmiddels draait de bouw weer op volle toeren en zijn bouwvakkers niet aan te slepen. Maar het pensioenfonds van de sector merkt daar weinig van. Het aantal premiebetalende deelnemers ligt nog steeds fors lager dan voor de crisis: vorig jaar waren dat er circa 150.000, tegen bijna 250.000 tien jaar geleden.

‘Er zijn weer meer bouwvakkers aan het werk’, zegt Van As. ‘Maar die komen niet allemaal bij ons terug.’ Wie als zzp’er blijft werken, neemt geen deel aan het pensioenfonds. De pensioenfondsdirecteur schat dat het inmiddels om een derde van de werkende bouwvakkers gaat, van wie het merendeel in het verleden wel deelnemer was van Bpf Bouw. Van As ziet in deze groep veel mensen die alleen hun ‘fysieke talent’ aanbieden, zoals metselaars; zij hebben geen bedrijf of een bedrijfspand dat zij kunnen verkopen en als pensioenvoorziening gebruiken.

Het bestuur van Bpf Bouw pleit daarom voor automatische deelname van alle bouwvakkers, ook zzp’ers, aan de pensioenregeling. Wie als bouwvakker geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel, is dan vanzelf deelnemer van het pensioenfonds en verplicht premie te betalen. Maar: in tegenstelling tot gewone werknemers, die verplicht meedoen, krijgt de zzp’er het recht om dit te weigeren. De zogeheten ‘opt out’.

Kleine kans op pensioenplicht
De keuze van Bouw is de uitkomst van bijna een jaar studeren, met een speciale werkgroep, op het zzp-vraagstuk. Vakbonden pleitten er al langer voor om zelfstandigen net als werknemers verplicht te laten sparen voor hun pensioen, maar werkgevers en zzp-organisaties verzetten zich daar tot nog toe tegen. Ook het kabinet ziet er weinig in. De kans dat zo’n plicht deel wordt van een nieuw pensioenstelsel waarover nog altijd wordt onderhandeld, lijkt dan ook klein.

‘Als er niet wordt ingegrepen, dreigt voor een deel van deze groep een pensioentekort’• David van As, pensioenfonds Bouw
Een enkel pensioenfonds kent wel verplichte deelname van zelfstandigen, bijvoorbeeld het pensioenfonds van de schilders. Maar sociale partners, bonden en werkgeversorganisaties die dat afspreken moeten dan kunnen aantonen dat zij zzp’ers goed vertegenwoordigen. Een lastige eis, waar Bouw niet aan denkt te kunnen voldoen omdat de organisatiegraad van zzp’ers erg laag is. Het pensioenfonds voor de schilders is overigens door zzp’ers die niet mee willen doen voor de rechter gesleept, een uitspraak wordt over zes weken verwacht.

Volledig vrijwillige deelname van zzp’ers valt wat Bpf Bouw betreft eveneens af. De ervaring leert dat te weinig mensen meedoen om het probleem op te lossen. Daarom kiest het bestuur, waar ook werkgeversorganisaties zoals Bouwend Nederland in zitten, voor automatische deelname met de opt out als beste oplossing. Al zitten daar ook nog ‘haken en ogen aan’, aldus Van As. Zo is er wetgeving voor nodig en moet er voldoende draagvlak zijn bij zelfstandigen. Daarnaast moet een pensioenregeling voor zzp’ers er anders uitzien dan voor werknemers. Zo moet de hoogte van de premie flexibel zijn; de omzet van een zzp’er kan immers van jaar tot jaar flink variëren.

Hersteld draagvlak
Is dit plan goed voor de zzp’ende bouwvakkers? Of vooral voor Bpf Bouw, dat dan weer meer premiebetalende deelnemers krijgt? Een zzp’er kan er tenslotte ook voor kiezen om zonder pensioenfonds te sparen voor de oude dag. ‘Allebei’, stelt Van As. Voor het fonds is het belangrijk dat het draagvlak onder werkenden herstelt, na de sterke daling van de afgelopen jaren. Een fonds met veel meer gepensioneerden dan premiebetalers, moet bijvoorbeeld conservatiever beleggen.

Tegelijkertijd heeft Bouw ook wat te bieden. Het is een financieel relatief gezond pensioenfonds met €58 mrd onder beheer, kent relatief lage kosten en kan anders dan de meeste fondsen de pensioenen weer verhogen om de koopkracht op peil te houden. ‘En de gespreide beleggingsmix die wij bieden met de fondsen van pensioenuitvoerder APG en Bouwinvest, kan een zzp’er niet zelf opbouwen’, aldus Van As.

Leasen of kopen

Kopen of leasen. Leasen zal over de gehele termijn genomen in het algemeen duurder zijn dan kopen. Toch kan leasen een zeer geschikt alternatief voor kopen zijn. De meest belangrijke reden is wel dat bij leasing minder beslag wordt gelegd op de liquide middelen van een onderneming. Daarnaast kunnen er ook fiscale redenen zijn om te leasen.

Er zijn twee (hoofd)vormen: de financial lease en de operational lease.
Bij een financial lease wordt de lessee (in het algemeen economisch) eigenaar van het geleasde object, dit is te vergelijken met huurkoop.
In geval van operational lease blijft de lessor de juridische en economische eigenaar van het bedrijfsmiddel. Deze vorm is vergelijkbaar met huur.

Op een rij:

Financiële lease is een vorm van financiering waarbij:
• Het contract niet opzegbaar is, zodat de lessee het economisch risico (waardevervangingsrisico) van het goed draagt.
• De periode van het contract gelijk is of nagenoeg gelijk is aan de economische levensduur van het object.
• Het productiemiddel aan het eind van de looptijd voor een overeengekomen bedrag gekocht kan worden door de lessee.
• Onderhoud, reparaties, verzekeringen, belastingen en dergelijke inbegrepen kunnen zijn.
Operationele lease is een vorm van dienstverlening waarbij:
• Het leasecontract in de regel opzegbaar is.
• De duur van het leasecontract korter is dan de economische levensduur van het te leasen object.
• Het economisch risico voor rekening is van de lessor.
• Een koopoptie kan zijn opgenomen, maar is niet noodzakelijk. Indien de lessee het productiemiddel aan het einde van het contract wil kopen, is dat tegen de werkelijke waarde op dat moment.
Onderhoud, reparaties, verzekeringen, belastingen en dergelijke inbegrepen kunnen zijn.