Pensioenfonds voor zzp’ers in de bouw?

Bron: FD
Verplichte deelname van zzp’ers aan het pensioenfonds Bouw is niet haalbaar. Het bestuur van pensioenfonds Bouw zet daarom in op een nieuwe vorm: automatische deelname, met het recht om te weigeren. Daar is nog wel een wetswijziging voor nodig.

Het pensioenfonds voor de Bouw wil een pensioen kunnen bieden voor zelfstandigen zonder personeel. Deze snel gegroeide groep in de bouwsector doet nu niet mee. ‘Als er niet wordt ingegrepen, dreigt voor een deel van deze groep een pensioentekort’, zegt pensioenfondsdirecteur David van As.

De afgelopen jaren steeg het aantal zzp’ers in de bouw tot meer dan 100.000. Veel van deze bouwvakkers verloren hun baan tijdens de economische crisis die begon in 2008. En daarmee ook hun deelname aan een pensioenfonds. Zzp’ers zijn in tegenstelling tot werknemers niet verplicht aangesloten bij een pensioenfonds. Sterker: meestal kunnen zij zelfs niet meedoen.

Inmiddels draait de bouw weer op volle toeren en zijn bouwvakkers niet aan te slepen. Maar het pensioenfonds van de sector merkt daar weinig van. Het aantal premiebetalende deelnemers ligt nog steeds fors lager dan voor de crisis: vorig jaar waren dat er circa 150.000, tegen bijna 250.000 tien jaar geleden.

‘Er zijn weer meer bouwvakkers aan het werk’, zegt Van As. ‘Maar die komen niet allemaal bij ons terug.’ Wie als zzp’er blijft werken, neemt geen deel aan het pensioenfonds. De pensioenfondsdirecteur schat dat het inmiddels om een derde van de werkende bouwvakkers gaat, van wie het merendeel in het verleden wel deelnemer was van Bpf Bouw. Van As ziet in deze groep veel mensen die alleen hun ‘fysieke talent’ aanbieden, zoals metselaars; zij hebben geen bedrijf of een bedrijfspand dat zij kunnen verkopen en als pensioenvoorziening gebruiken.

Het bestuur van Bpf Bouw pleit daarom voor automatische deelname van alle bouwvakkers, ook zzp’ers, aan de pensioenregeling. Wie als bouwvakker geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel, is dan vanzelf deelnemer van het pensioenfonds en verplicht premie te betalen. Maar: in tegenstelling tot gewone werknemers, die verplicht meedoen, krijgt de zzp’er het recht om dit te weigeren. De zogeheten ‘opt out’.

Kleine kans op pensioenplicht
De keuze van Bouw is de uitkomst van bijna een jaar studeren, met een speciale werkgroep, op het zzp-vraagstuk. Vakbonden pleitten er al langer voor om zelfstandigen net als werknemers verplicht te laten sparen voor hun pensioen, maar werkgevers en zzp-organisaties verzetten zich daar tot nog toe tegen. Ook het kabinet ziet er weinig in. De kans dat zo’n plicht deel wordt van een nieuw pensioenstelsel waarover nog altijd wordt onderhandeld, lijkt dan ook klein.

‘Als er niet wordt ingegrepen, dreigt voor een deel van deze groep een pensioentekort’• David van As, pensioenfonds Bouw
Een enkel pensioenfonds kent wel verplichte deelname van zelfstandigen, bijvoorbeeld het pensioenfonds van de schilders. Maar sociale partners, bonden en werkgeversorganisaties die dat afspreken moeten dan kunnen aantonen dat zij zzp’ers goed vertegenwoordigen. Een lastige eis, waar Bouw niet aan denkt te kunnen voldoen omdat de organisatiegraad van zzp’ers erg laag is. Het pensioenfonds voor de schilders is overigens door zzp’ers die niet mee willen doen voor de rechter gesleept, een uitspraak wordt over zes weken verwacht.

Volledig vrijwillige deelname van zzp’ers valt wat Bpf Bouw betreft eveneens af. De ervaring leert dat te weinig mensen meedoen om het probleem op te lossen. Daarom kiest het bestuur, waar ook werkgeversorganisaties zoals Bouwend Nederland in zitten, voor automatische deelname met de opt out als beste oplossing. Al zitten daar ook nog ‘haken en ogen aan’, aldus Van As. Zo is er wetgeving voor nodig en moet er voldoende draagvlak zijn bij zelfstandigen. Daarnaast moet een pensioenregeling voor zzp’ers er anders uitzien dan voor werknemers. Zo moet de hoogte van de premie flexibel zijn; de omzet van een zzp’er kan immers van jaar tot jaar flink variëren.

Hersteld draagvlak
Is dit plan goed voor de zzp’ende bouwvakkers? Of vooral voor Bpf Bouw, dat dan weer meer premiebetalende deelnemers krijgt? Een zzp’er kan er tenslotte ook voor kiezen om zonder pensioenfonds te sparen voor de oude dag. ‘Allebei’, stelt Van As. Voor het fonds is het belangrijk dat het draagvlak onder werkenden herstelt, na de sterke daling van de afgelopen jaren. Een fonds met veel meer gepensioneerden dan premiebetalers, moet bijvoorbeeld conservatiever beleggen.

Tegelijkertijd heeft Bouw ook wat te bieden. Het is een financieel relatief gezond pensioenfonds met €58 mrd onder beheer, kent relatief lage kosten en kan anders dan de meeste fondsen de pensioenen weer verhogen om de koopkracht op peil te houden. ‘En de gespreide beleggingsmix die wij bieden met de fondsen van pensioenuitvoerder APG en Bouwinvest, kan een zzp’er niet zelf opbouwen’, aldus Van As.

Leasen of kopen

Kopen of leasen. Leasen zal over de gehele termijn genomen in het algemeen duurder zijn dan kopen. Toch kan leasen een zeer geschikt alternatief voor kopen zijn. De meest belangrijke reden is wel dat bij leasing minder beslag wordt gelegd op de liquide middelen van een onderneming. Daarnaast kunnen er ook fiscale redenen zijn om te leasen.

Er zijn twee (hoofd)vormen: de financial lease en de operational lease.
Bij een financial lease wordt de lessee (in het algemeen economisch) eigenaar van het geleasde object, dit is te vergelijken met huurkoop.
In geval van operational lease blijft de lessor de juridische en economische eigenaar van het bedrijfsmiddel. Deze vorm is vergelijkbaar met huur.

Op een rij:

Financiële lease is een vorm van financiering waarbij:
• Het contract niet opzegbaar is, zodat de lessee het economisch risico (waardevervangingsrisico) van het goed draagt.
• De periode van het contract gelijk is of nagenoeg gelijk is aan de economische levensduur van het object.
• Het productiemiddel aan het eind van de looptijd voor een overeengekomen bedrag gekocht kan worden door de lessee.
• Onderhoud, reparaties, verzekeringen, belastingen en dergelijke inbegrepen kunnen zijn.
Operationele lease is een vorm van dienstverlening waarbij:
• Het leasecontract in de regel opzegbaar is.
• De duur van het leasecontract korter is dan de economische levensduur van het te leasen object.
• Het economisch risico voor rekening is van de lessor.
• Een koopoptie kan zijn opgenomen, maar is niet noodzakelijk. Indien de lessee het productiemiddel aan het einde van het contract wil kopen, is dat tegen de werkelijke waarde op dat moment.
Onderhoud, reparaties, verzekeringen, belastingen en dergelijke inbegrepen kunnen zijn.

BV of eenmanszaak?

Na de eenmanszaak is de bv de meest gekozen rechtsvorm door ondernemers. De meeste ondernemers kiezen ervoor om een eenmanszaak op te richten. Voor Zzp’ers zijn er twee redenen om geen eenmanszaak op te richten maar een bv.

BV: geen persoonlijke aansprakelijkheid en (bij hoge winst) en belastingvoordeel

Geen persoonlijke aansprakelijkheid
Kiest u een eenmanszaak of bv? Een eenmanszaak is een natuurlijk persoon en dat houdt in dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen privé en zakelijk vermogen.
Met andere woorden: bij deze rechtsvorm bent u als zzp’er persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van het bedrijf. Gaat uw bedrijf failliet, dan gaat u ook failliet. In het slechtste geval bent u gedwongen uw huis te verkopen.

De bv kent een andere rechtsvorm: het is geen natuurlijk persoon, maar een rechtspersoon. Dat betekent dat u in principe niet aansprakelijk bent voor de schulden van uw bv en dat u privé niet opdraait voor een faillissement.
(Tenzij er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Nalatigheid of fraude.)

Belastingvoordeel
Zzp’ers die een hoge winst maken, komen vanzelf voor de vraag te staan: wat is fiscaal het gunstigst: een eenmanszaak of bv? Met andere woorden: wanneer is een bv fiscaal voordeliger ten opzichte van een eenmanszaak?
Het omslagpunt ligt ergens rond een jaarwinst van 150.000 euro of meer.

Ondernemers die een kleine winst behalen, zijn dus fiscaal gunstiger uit met een eenmanszaak dan met een bv.

Bij een eenmanszaak kom u namelijk in aanmerking voor diverse fiscale aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Als u niet veel winst maakt, heb je door deze aftrekposten veel belastingvoordeel.

Wie grote winsten behaalt, heeft relatief weinig aan deze aftrekposten. U zit al in het hoogste belastingtarief en de aftrekposten brengen u niet een schaal lager.

Dan bent u op een bepaald punt (circa 150.000 euro winst) fiscaal beter af met een bv. Het standaard lagere tarief van de vennootschapsbelasting weegt dan meer op tegen de aftrekposten van een eenmanszaak en de trapsgewijs stijgende inkomstenbelasting.

Een bv betaalt vennootschapsbelasting over de winst. Deze belasting bedraag 20% tot een winst van 200.000 euro. Bij een winst groter dan 200.000 euro, wordt dat 25% over de winst.

Plannen nieuw kabinet
Voor winsten tot € 200.000 gaat de vennootschapsbelasting in stappen omlaag van 20% naar 16%. Daarboven gaat de winstbelasting van 25% naar 21%. De aangekondigde verlenging van de eerste tariefschijf van € 200.000 naar € 250.000 wordt teruggedraaid. De eerste stappen van de plannen gaan per 1 januari 2019 in.

Directeur-grootaandeelhouder (dga)
Als u een bv opricht, is het kapitaal verdeeld in aandelen (hierover wordt dividend uitgekeerd) en zijn er twee verplichte organen: het bestuur en de aandeelhouders.
De aandeelhouders hebben de hoogste macht in een bv. De bestuurders hebben de dagelijkse leiding in het bedrijf, de aandeelhouders bepalen de richting van het bedrijf.

Als een zzp’er een bv opricht, is de bestuurder de enige aandeelhouder en daardoor directeur én grootaandeelhouder ineen. (Directeur groot aandeelhouder dga).

Salaris dga
Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in dienst bij uw bv en bent u verplicht uzelf loon uit te betalen. Dit moet een gebruikelijk salaris zijn (de gebruikelijk-loonregeling), waaraan jaarlijks door de Belastingdienst een minimum wordt gesteld. Het jaarsalaris voor een dga in 2018 is minimaal 45.000 euro.

Deze regel is in het leven geroepen om te voorkomen dat een dga zichzelf een laag loon uitkeert om belastingvoordeel via een dividenduitkering te verkrijgen. (Voor startups geldt een uitzondering, bestuurders van start-ups mogen drie jaar lang een minimumloon ontvangen.)

Het salaris van een dga bestaat namelijk uit loon en dividend. Je betaalt inkomstenbelasting over het loon en eventueel belasting over het dividend. Omdat het uitkeren van dividend belastingtechnisch gunstiger is, is het relatief duur om salaris op te nemen.

Het loon valt onder de inkomstenbelasting, terwijl de dividendbelasting 15% bedraagt en de vennootschapsbelasting 20%.

Financieringsvormen kiezen

Er zijn verschillende redenen waarom u geld nodig kunt hebben. Bij de start van een bedrijf zult u bijna altijd geld nodig hebben, al was het maar om de eerste maanden voordat de klanten gaan betalen door te komen. Maar er zijn ook andere momenten waarop geld nodig is. De Nederlandse vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) hanteert de volgende stadia van een bedrijf.
Seed

Financiering voor onderzoek, bepaling en ontwikkeling van het initieel concept voordat de start-up fase wordt bereikt. Ook wel genoemd: zaaikapitaal.

Start

Financiering voor productontwikkeling en initiële marketingactiviteiten van startende ondernemingen. Ook wel genoemd: early stage.

Expansie

Financiering voor het verder commercialiseren van productie en verkoop bij ondernemingen die hun productontwikkeling voltooid hebben, maar nog geen winst genereren. Ook wel groeifinanciering of tweede fase financiering genoemd. Brugfinanciering ofwel pre-IPO financiering zijn onder deze categorie geplaatst.

MBO/MBI (bedrijfsovername)

Financiering van overnames waarbij een deel van de aandelen geplaatst wordt bij het zittende management (management buy-out) of bij nieuw management (buy-in). Als een participatiemaatschappij investeert in volwassen bedrijven wordt deze categorie weergegeven.

Herstructurering

Investering in een bedrijf dat weinig of geen winst maakt en waarvan de continuïteit zonder extern vermogen niet is gewaarborgd. Door middel van reorganisatie kan de onderneming weer levensvatbaar worden. Ook wel turn-around of doorstart genoemd.

Zzp’ers gezocht voor de proef ‘Boekhouden, belastingaangifte en betalen in één’

Ziet u op tegen de boekhouding? Bang voor fouten, en gedoe met de Belastingdienst? Nergens voor nodig. U kunt u nu aanmelden voor een proef met online boekhoudpakketten waarmee u in één moeite door uw boekhouding, btw-aangifte en betaling regelt.

De proef ‘Boekhouden, belastingaangifte en betalen in één’ is een samenwerking tussen de Belastingdienst en de stichting Zeker-OnLine. Hij is in januari 2018 van start gegaan en duurt 2 jaar. Deelnemers krijgen de online boekhoudpakketten voor een speciale prijs.

Zo werkt het

Als u van de partij bent, gaat u aan de slag met een online boekhoudpakket in een veilige omgeving, dat automatisch de gegevens voor uw btw-aangifte klaarzet. Vervolgens verzendt u uw aangifte vanuit het pakket en betaalt u met iDeal.

De Belastingdienst kijkt níet mee in uw boekhoudpakket. Alleen uw aangifte- en betalingsgegevens worden verstuurd. Deelnemers aan de proef worden ook niet extra gecontroleerd.

Tijdens de proef horen wij graag uw ervaringen, via enquêtes of een interview.
U krijgt een onderzoeksvergoeding van € 25 als u minimaal 4 online enquêtes invult.
Werkt u mee aan een interview, dan geldt een uurtarief van € 50 (exclusief btw).

Natuurlijk is het veilig

Het is in uw én ons belang dat uw gegevens in goede handen zijn en blijven. Daarom werken wij samen met aanbieders van online boekhoudpakketten die het keurmerk Zeker-OnLine dragen. Een pakket krijgt dit keurmerk pas als de betrouwbaarheid, veiligheid en continuïteit ervan vaststaan.

Aanmelden?

Dat doet u bij Zeker-OnLine.

ZZP schijnconstructies aangepakt

Bespaar veel geld op vaste kosten

Een autoverzekering die al jaren automatisch loopt en waar je geen omkijken naar hebt. Totdat je eens kijkt of de premie dieal die tijd automatisch wordt afgeschreven wel écht zo laag is als je denkt. Mij scheelde overstappen van mijn oude vertrouwde premie-inner naar een nieuwe verzekeraar meer dan de helft aan premie!

Hetzelfde gold voor de bank. Ik startte ooit een Ideal-abonnement voor een webshop. Toen ik een nieuwe website kreeg stapte ik ook over naar een betaalprovider. Deze rekenen (net als de bank) transactiekosten maar (in tegenstelling tot de bank) géén abonnementskosten. Toen ik de bank belde om het Ideal abonnement af te zeggen probeerde de bankemployee me eerst nog een abonnement te verkopen dat de helft minder kostte. ‘U heeft de dure versie maar we hebben al een paar jaar ook een versie die slechts de helft kost. In dit geval 10 euro per maand in plaats van 20 euro per maand.’ Ik vertelde de man vriendelijk dat de bank me dat eerder had mogen aangeven en  dat ik nu een beter alternatief had. En dat bespaart me 240 euro per jaar.

Toen ging keek ik ook eens naar de kostenfactuur van deze bank die ik elk kwartaal ontvang. Daaruit blijkt dat ik bijna 36 euro per maand betaalde aan bankkosten, pasje, rekeninginformatie en allerlei andere basale bankzaken. 36 euro per maand is ruim 432 euro per jaar. Daar bespaar ik nu op doordat ik ben overgestapt naar een nieuwe bank. Die nieuwe bank kost me 60 euro per jaar.

Ik vrees dat de CEO van mijn voormalige bank wéér geen 50% loonsverhoging zal krijgen als meer mensen dit doen.

BTW verhoging van 6% naar 9%; maar de echte prijzen stijgen harder.

Het product dat u in de supermarkt koopt heeft een winkelprijs van 9,95 maar met het nieuwe btw tarief van 9% wordt dat 10,23.  Of toch niet? Is een betere prijs misschien 10,95 of 10,99? Ik denk het wel. Dat is dus geen verhoging van 3% maar van bijna 11%.

Het bepalen van prijzen en tarieven berust voornamelijk op psychologie. Niemand zal een winkelprijs van 10,23 vragen, 10,99 of 10,95 is beter. Al was het maar omdat we aan dat soort bedragen gewend zijn. Begin 2019 zal de inflatie daardoor stijgen, producten worden duurder. En stijgende inflatie heeft ook weer invloed op het renteniveau. Veel zuid-europese landen hanteerden btw-verhogingen als makkelijke maatregel. Dat de Nederlandse regering dat nu ok doet zou hier wel eens mee te maken kunnen hebben.

Waarom investeren inversteerders en waarvoor?

Economie is gebaseerd op vertrouwen. Ook financiering heeft alles met vertrouwen te maken. Financiers, of het nu familie is, de bank of een investeringsmaatschappij moeten u en uw plannen vertrouwen. Zonder vertrouwen geen geld. Uw taak is om het vertrouwen te winnen. Met een goed plan of beter nog, klinkende in het verleden behaalde resultaten.

Succes in zaken heeft niet alleen met geld te maken. In het BBC programma “Dragons Den” beoordelen professionele financiers mensen die hun bedrijfsidee presenteren. Als de financiers overtuigd zijn van de kwaliteit van de ondernemer en het plan willen ze investeren. Wat veel starters zich niet realiseren is dat de netwerken en de marketingkracht van deze investeerders veel meer waard zijn   is dan het geld dat ze investeren. Financiering gaat wat dat betreft niet alleen over geldelijk kapitaal maar ook over kennis, marketingkracht en distributiekracht. Zoek dus niet alleen naar ondersteuning of financieel gebied maar kijk ook eens of uw (groei) plannen op een andere manier gesteund kunnen worden.

Onderzoek, zaaikapitaal

Bij de meeste bedrijven kost deze fase weinig geld maar veel denk,- en rekenvermogen, maar soms kost het veel geld voordat u zeker weet of een idee geschikt is om uit te voeren.   Voordat u een bedrijf start is het handig om te onderzoeken of uw plannen haalbaar zijn. Marktonderzoek of onderzoek naar de productiemogelijkheden of de mogelijke distributiekanalen van uw product of dienst horen daar ook bij. Soms is er ook veel geld nodig om patentaanvragen te financieren.

1. Starten van een bedrijf

Bij de start van een bedrijf is er altijd geld nodig. Geld voor gereedschap, grondstoffen, huur. Of domweg geld dat de ondernemer nodig heeft om van te leven. Het geld dat een starter nodig heeft hangt van verschillende factoren af. Maar het basisprincipe bij starten blijft altijd gelijk; ‘geleend geld is duur geld en eigen geld is goedkoop geld’. Als je kunt starten met eigen middelen heb je een grote voorsprong op bedrijven die afhankelijk zijn van anderen.

Bij de start van een bedrijf zijn er verborgen deze kosten zijn ondermeer;

Voorfinanciering BTW (U betaalt btw over uw inkopen, u krijgt dit geld pas na een kwartaal of een jaar terug.)

Voorfinanciering van debiteuren (Als u op rekening levert duurt het vaak 30-60 dagen voordat u het geld binnenheeft. Voor een ondernemer betekent dat er een ‘buffervoorraad geld’ van 2 maanden nodig is.)

Waarborgsommen (zoals borg voor de huur)

Oprichtingskosten (zoals notariskosten of de inschrijving bij de  Kamer van Koophandel)

Bovenstaande kosten zijn kosten waarvoor u over het algemeen geen financiering krijgt, het zijn immers kosten waar weinig of niets tegenover staat. Bij deze kosten bent u aangewezen op spaargeld of op een familielening.

Naast de oprichtingskosten heeft u gereedschap, grondstoffen en andere zaken nodig. Ook hier geldt, alles wat u zelf in kunt brengen is meegenomen. Computerapparatuur, kantoorinrichting en een vervoermiddel zijn meestal al aanwezig en te gebruiken bij de start. Ook voor grondstoffen en handelswaar heeft u geld nodig.

Ga er de start van een dienstverlenend bedrijf van uit dat u minstens voor drie maanden aan reserves moet hebben om huur gas licht water eten, kleding verzekeringen en dergelijke te betalen. Hoeveel dat precies is, is makkelijk te bepalen. Als u in loondienst werkt ga dan uit van het bedrag dat u toen maandelijks nodig verdiende of reken uit hoeveel u echt nodig heeft.

2. aankoop bedrijf

Het kopen van een bestaand bedrijf vergroot uw startkansen. Daarnaast kan aankoop van een ander bedrijf voor gevestigde ondernemers ook voordelen hebben. Je kunt een kwakkelend bedrijf overnemen dat met wat moeite weer succesvol kan worden. Of je koopt een mogelijke concurrent op (kijk naar Microsoft) of je koopt technologie, klanten, een distributienetwerk, een goede automatisering of gewoon een mooi bedrijf. Starten of groeien via de aankoop van een bestaand bedrijf kan veel voordelen hebben.

Een veel voorkomende vorm bij de aankoop van een bedrijf is de management buy-out. Hierbij neemt iemand van het personeel het bedrijf over van de directeur eigenaar. Door managers te laten participeren in het kapitaal van een onderneming neemt ook hun betrokkenheid toe. Een management buy-out draagt dan bij aan de continuïteit van een onderneming. Banken bieden hiervoor diverse financieringsvormen aan.

Een aandeel in de onderneming

Bij een management buy-out neemt het zittende management een aandeel in het aandelenkapitaal van de onderneming. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als u zelf manager bent en u weet dat de aandeelhouder van uw onderneming het bedrijf binnenkort zal verkopen. Of als u aandeelhouder bent en u in het huidige management een prima kandidaat ziet om het stokje van u over te nemen.

Risicodragend vermogen

Meestal heeft het management te weinig geld om het volledige bedrijf over te nemen. Vaak wordt dit tekort aangevuld met risicodragend vermogen van een participatiemaatschappij en een financiering van een bank. Deze financieringen zijn vaak leveraged: ze zorgen voor een hefboomeffect (‘leverage’) op de eigen investeringen van het management.

uitbreiding bestaand bedrijf

Bedrijfsuitbreiding kent een aantal verschillende vormen. Er kan sprake zijn van uitbreiding in de vorm van gebouwen of machines, of er kan uitbreiding zijn in de vorm van nieuwe vestigingen of exportplannen. Elk van deze uitbreidingsvormen kent zijn eigen financieringsvormen.

Wat kost groei?

Personeelsuitbreiding kost geld. Ook snelle groei kost veel geld, snelle groeiers hebben veel geld nodig maar hebben juist de grootste problemen om geld te kunnen lenen. Waarom?

De eerste reden is eenvoudig, de solvabiliteit neemt af als er veel wordt geleend. En solvabiliteit is nu juist een graadmeter voor banken om te financieren. (zie hoofdstuk 3)

Ook het risico wordt groter en veel financiers willen het risico juist verkleinen. Aan wie zal de bank het geld van de spaarders eerder lenen? Aan een bedrijf met weinig afbreukrisico of aan een bedrijf waarbij het risico groot is dat er problemen ontstaan? Ook een bank kan zijn geld maar eenmaal uitlenen.

productontwikkeling

Productontwikkeling is een apart verhaal. Veel bedrijven zien ontwikkelingskosten als een vast gegeven er gaat een percentage van de winst naar ontwikkeling. Bedrijven in de medische sector, in de techniek of in de software-ontwikkeling kennen hoge ontwikkelingskosten. Soms staat er tegenover de kosten van research en development geen inkomsten. Dat veelbelovende medicijn waarin miljoenen aan kosten zijn gestoken heeft misschien vreselijke bijwerkingen en komt nooit op de markt.

risicospreiding

Het kan zijn dat u voor een bepaalde investering wel het geld hebt maar niet het volledige risico wilt nemen. Soms kan samenwerking met een andere partij uitkomst bieden. Maar niet iedereen zal willen samenwerken met een mogelijke concurrent of misschien is de dienst of het product zo uniek dat er geen andere bedrijven zijn waarmee u de investering durft te delen. In die gevallen kan een investeerder van risicokapitaal uitkomst bieden. Maar let wel hoe groter het risico, hoe hoger de prijs die u betaalt.

 aankoop bedrijfsonroerend goed

Stel u heeft opslagruimte nodig maar u wilt het niet huren. U heeft onvoldoende geld om een pand te kopen. Of u besteedt uw eigen geld liever aan andere investeringen. In die gevallen kan een bedrijfshypotheek handig zijn, de rente die u betaalt is aftrekbaar van de winst, u kunt afschrijven op uw onroerend goed en uw bezit neemt toe. Een bedrijfshypotheek voor onroerend goed is ook vrij makkelijk te krijgen, er is immers een zekerheid (het pand) voor de bank.

aankoop machines

Sommige machines zijn kostbaar. Machines heeft u bijvoorbeeld nodig om uw productiecapaciteit te verhogen. Het is lastig om te voorspellen of u de machine volgend jaar of over twee jaar nog steeds nodig heeft. ““de bank kan dat nog moeilijker voorspellen. Investeringen voor capaciteitsuitbreiding vanwege een overvolle orderportefuille zijn daardoor extra moeilijk. In volgende hoofdstukken staan verschillende oplossingen zoals leningen of leaseconstructies.

franchise fee

Francise fee is het geld dat u nodig heeft om aan een franchise formule mee te mogen doen. Sommige franchiseorganisaties vragen eigen geld van de deelnemende ondernemers, andere organisaties regelen ook de financiering voor u. Ook hier geldt meestal, hoe meer u zelf inbrengt hoe meer vrijheid van ondernemen u heeft.