5 Jaar ZZP’er

Bron CBS

Meer dan helft van de zzp’ers is vijf jaar nadat zij zijn begonnen alweer gestopt. Zij zijn bijvoorbeeld in loondienst  gaan werken of ontvingen na vijf jaar een pensioenuitkering. Slechts 4% nam personeel aan. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag bekend heeft gemaakt. Het onderzocht wat de 650.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) die tussen 2008 en 2010 zijn begonnen, na vijf jaar deden.

Of een zzp’er doorgaat als zelfstandige of niet, hangt sterk af van de sector. Zo blijkt ruim 70% van de zzp’ers in de sector ‘landbouw, bosbouw en visserij’ na vijf jaar nog steeds zzp’er te zijn. Van de starters in de gezondheidszorg is slechts een derde na vijf jaar nog als zzp’er actief.

Ongeveer dertig procent van de zzp’ers werkt na vijf jaar in loondienst. Zo’n 6% ontvangt na vijf jaar een uitkering en 5% zit zonder inkomen. Een kleine 42% is dan nog steeds zzp’er. Of zzp’ers op het moment dat ze begonnen ook op een andere manier geld verdienden, kan uit de cijfers niet worden opgemaakt.

Eerst ZZP’er nu multimiljonair, tips

Uit het AD, citaat intervie Pieter Zwart oprichter Coolblue.

Gouden tips
,,Stel vragen, dat vind ik toch wel een van de belangrijkste tips om mee te geven. En geloof niet in het idee, maar in de uitvoering. Elke dag een beetje beter. Welke behoefte van de klant vervul je echt? Als je dat weet en daaraan werkt, word je echt groter. Het zit in de details ook; je moet een beetje een detailfucker zijn, is mijn stellige mening.  Verder kost ondernemen natuurlijk gewoon veel moeite. Het is complex. Er is geen silver bullet of magic formula. Als het zo makkelijk was..

Uurtarieven stijgen

In het derde kwartaal van 2018 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 2,2 procenttoegenomen. Dat is de grootste stijging na 2009. De adviestarieven van de Prijzen & Tarievengids zijn deels gekoppeld aan de CAO lonen. Dat betekent dat de uurtarieven voor freelancers en ZZP’ers ook zullen stijgen.

De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 2,3 procent in het derde kwartaal van 2018. Sinds het begin van 2016 ligt de stijging van de contractuele loonkosten weer boven die van de cao-lonen.

In 2018 komt dit door de verhoging van de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet en doordat de werkgevers meer bijdragen aan WAO-en WW-premies. Bij de overheid kwam dit ook door de gestegen werkgeversbijdrage in pensioenpremies (ABP).

Van alle drie de sectoren stegen bij de sector overheid de lonen in het derde kwartaal van 2018 het meest met 2,9 procent. De loonstijging bij de particuliere bedrijven en de gesubsidieerde sector was in het derde kwartaal respectievelijk 2,1 en 1,5 procent.

Het voorlopige cijfer over het derde kwartaal van 2018 is gebaseerd op 88 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer 8 van elke 10 werknemers vallen onder een cao.

Bron CBS.

Ga toch fietsen

Het Kabinet vereenvoudigt de bijtellingsregels voor het privégebruik van een zakelijke fiets naar 7 procent. Dit percentage doet volgens de zes partijen recht aan de vele voordelen en positieve effecten van fietsen op zowel de reiziger, het milieu, klimaat als de doorstroming.

 Het percentage maakt deel uit van een vereenvoudiging van de fiscale fietsregeling, dat is opgenomen in het Belastingplan 2019. Met de vereenvoudiging komt een einde aan de onduidelijkheid over de huidige bijtellingsregeling. Deze is dusdanig complex en op vele manieren uitlegbaar, dat maar weinig werkgevers een zakelijke fietsregeling voor hun werknemers aanbieden.

Door de fiets fiscaal aantrekkelijker te maken worden niet alleen de verkopen van (elektrische) fietsen gestimuleerd, maar leidt er vooral toe dat het gebruik van de fiets, zowel voor woon-werk als privé, toeneemt. Dat heeft een gunstig effect op de filedruk, levert een belangrijke bijdrage aan het terugdringen van de klimaat en luchtvervuilingsproblematiek en heeft een positief effect op de volksgezondheid. Jager: “Deze situatie kent alleen maar winnaars. Niet alleen de overheid die 10 miljoen euro extra opbrengsten ontvangt, maar bovenal meer gezonde fietsers die samen bijdragen aan minder files, schonere lucht en een beter klimaat.”

Bij een bijtelling van 7 procent worden ook duurdere elektrische fietsen voor een grotere groep reizigers toegankelijk.
De maatschappelijke baten van deze fiscale regeling kunnen oplopen tot zo’n 54 miljoen euro per jaar; 44 miljoen euro aan maatschappelijke baten en 10 miljoen aan belastingopbrengsten.

De 44 miljoen euro aan maatschappelijke baten van de fiets zijn onderverdeeld in verschillende effecten. De elektrische fiets en met name de speed pedelec, zijn op afstanden tot 15 kilometer bijzonder geschikt om bijvoorbeeld de auto te vervangen. Dit scheelt per extra fietser maximaal 400kg CO2 en vermindert de uitstoot van schadelijke stoffen. Het bevordert bovendien ook de doorstroming op de weg. Tot slot heeft fietsen een belangrijke preventieve werking en houdt werknemers fit en gezond voor werk en hun privé leven. Dit bespaart de overheid circa 210 euro aan ziekte- en verzuimkosten per werknemer per jaar.

De fiscale fietsregeling maakt deel uit van het Belastingplan 2019 en wordt in het najaar met de Tweede Kamer besproken. Na akkoord van de Tweede Kamer wordt de wet in 2019 geïmplementeerd en treedt vanaf januari 2020 in werking.

Pensioenfonds voor zzp’ers in de bouw?

Bron: FD
Verplichte deelname van zzp’ers aan het pensioenfonds Bouw is niet haalbaar. Het bestuur van pensioenfonds Bouw zet daarom in op een nieuwe vorm: automatische deelname, met het recht om te weigeren. Daar is nog wel een wetswijziging voor nodig.

Het pensioenfonds voor de Bouw wil een pensioen kunnen bieden voor zelfstandigen zonder personeel. Deze snel gegroeide groep in de bouwsector doet nu niet mee. ‘Als er niet wordt ingegrepen, dreigt voor een deel van deze groep een pensioentekort’, zegt pensioenfondsdirecteur David van As.

De afgelopen jaren steeg het aantal zzp’ers in de bouw tot meer dan 100.000. Veel van deze bouwvakkers verloren hun baan tijdens de economische crisis die begon in 2008. En daarmee ook hun deelname aan een pensioenfonds. Zzp’ers zijn in tegenstelling tot werknemers niet verplicht aangesloten bij een pensioenfonds. Sterker: meestal kunnen zij zelfs niet meedoen.

Inmiddels draait de bouw weer op volle toeren en zijn bouwvakkers niet aan te slepen. Maar het pensioenfonds van de sector merkt daar weinig van. Het aantal premiebetalende deelnemers ligt nog steeds fors lager dan voor de crisis: vorig jaar waren dat er circa 150.000, tegen bijna 250.000 tien jaar geleden.

‘Er zijn weer meer bouwvakkers aan het werk’, zegt Van As. ‘Maar die komen niet allemaal bij ons terug.’ Wie als zzp’er blijft werken, neemt geen deel aan het pensioenfonds. De pensioenfondsdirecteur schat dat het inmiddels om een derde van de werkende bouwvakkers gaat, van wie het merendeel in het verleden wel deelnemer was van Bpf Bouw. Van As ziet in deze groep veel mensen die alleen hun ‘fysieke talent’ aanbieden, zoals metselaars; zij hebben geen bedrijf of een bedrijfspand dat zij kunnen verkopen en als pensioenvoorziening gebruiken.

Het bestuur van Bpf Bouw pleit daarom voor automatische deelname van alle bouwvakkers, ook zzp’ers, aan de pensioenregeling. Wie als bouwvakker geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel, is dan vanzelf deelnemer van het pensioenfonds en verplicht premie te betalen. Maar: in tegenstelling tot gewone werknemers, die verplicht meedoen, krijgt de zzp’er het recht om dit te weigeren. De zogeheten ‘opt out’.

Kleine kans op pensioenplicht
De keuze van Bouw is de uitkomst van bijna een jaar studeren, met een speciale werkgroep, op het zzp-vraagstuk. Vakbonden pleitten er al langer voor om zelfstandigen net als werknemers verplicht te laten sparen voor hun pensioen, maar werkgevers en zzp-organisaties verzetten zich daar tot nog toe tegen. Ook het kabinet ziet er weinig in. De kans dat zo’n plicht deel wordt van een nieuw pensioenstelsel waarover nog altijd wordt onderhandeld, lijkt dan ook klein.

‘Als er niet wordt ingegrepen, dreigt voor een deel van deze groep een pensioentekort’• David van As, pensioenfonds Bouw
Een enkel pensioenfonds kent wel verplichte deelname van zelfstandigen, bijvoorbeeld het pensioenfonds van de schilders. Maar sociale partners, bonden en werkgeversorganisaties die dat afspreken moeten dan kunnen aantonen dat zij zzp’ers goed vertegenwoordigen. Een lastige eis, waar Bouw niet aan denkt te kunnen voldoen omdat de organisatiegraad van zzp’ers erg laag is. Het pensioenfonds voor de schilders is overigens door zzp’ers die niet mee willen doen voor de rechter gesleept, een uitspraak wordt over zes weken verwacht.

Volledig vrijwillige deelname van zzp’ers valt wat Bpf Bouw betreft eveneens af. De ervaring leert dat te weinig mensen meedoen om het probleem op te lossen. Daarom kiest het bestuur, waar ook werkgeversorganisaties zoals Bouwend Nederland in zitten, voor automatische deelname met de opt out als beste oplossing. Al zitten daar ook nog ‘haken en ogen aan’, aldus Van As. Zo is er wetgeving voor nodig en moet er voldoende draagvlak zijn bij zelfstandigen. Daarnaast moet een pensioenregeling voor zzp’ers er anders uitzien dan voor werknemers. Zo moet de hoogte van de premie flexibel zijn; de omzet van een zzp’er kan immers van jaar tot jaar flink variëren.

Hersteld draagvlak
Is dit plan goed voor de zzp’ende bouwvakkers? Of vooral voor Bpf Bouw, dat dan weer meer premiebetalende deelnemers krijgt? Een zzp’er kan er tenslotte ook voor kiezen om zonder pensioenfonds te sparen voor de oude dag. ‘Allebei’, stelt Van As. Voor het fonds is het belangrijk dat het draagvlak onder werkenden herstelt, na de sterke daling van de afgelopen jaren. Een fonds met veel meer gepensioneerden dan premiebetalers, moet bijvoorbeeld conservatiever beleggen.

Tegelijkertijd heeft Bouw ook wat te bieden. Het is een financieel relatief gezond pensioenfonds met €58 mrd onder beheer, kent relatief lage kosten en kan anders dan de meeste fondsen de pensioenen weer verhogen om de koopkracht op peil te houden. ‘En de gespreide beleggingsmix die wij bieden met de fondsen van pensioenuitvoerder APG en Bouwinvest, kan een zzp’er niet zelf opbouwen’, aldus Van As.

Leasen of kopen

Kopen of leasen. Leasen zal over de gehele termijn genomen in het algemeen duurder zijn dan kopen. Toch kan leasen een zeer geschikt alternatief voor kopen zijn. De meest belangrijke reden is wel dat bij leasing minder beslag wordt gelegd op de liquide middelen van een onderneming. Daarnaast kunnen er ook fiscale redenen zijn om te leasen.

Er zijn twee (hoofd)vormen: de financial lease en de operational lease.
Bij een financial lease wordt de lessee (in het algemeen economisch) eigenaar van het geleasde object, dit is te vergelijken met huurkoop.
In geval van operational lease blijft de lessor de juridische en economische eigenaar van het bedrijfsmiddel. Deze vorm is vergelijkbaar met huur.

Op een rij:

Financiële lease is een vorm van financiering waarbij:
• Het contract niet opzegbaar is, zodat de lessee het economisch risico (waardevervangingsrisico) van het goed draagt.
• De periode van het contract gelijk is of nagenoeg gelijk is aan de economische levensduur van het object.
• Het productiemiddel aan het eind van de looptijd voor een overeengekomen bedrag gekocht kan worden door de lessee.
• Onderhoud, reparaties, verzekeringen, belastingen en dergelijke inbegrepen kunnen zijn.
Operationele lease is een vorm van dienstverlening waarbij:
• Het leasecontract in de regel opzegbaar is.
• De duur van het leasecontract korter is dan de economische levensduur van het te leasen object.
• Het economisch risico voor rekening is van de lessor.
• Een koopoptie kan zijn opgenomen, maar is niet noodzakelijk. Indien de lessee het productiemiddel aan het einde van het contract wil kopen, is dat tegen de werkelijke waarde op dat moment.
Onderhoud, reparaties, verzekeringen, belastingen en dergelijke inbegrepen kunnen zijn.

BV of eenmanszaak?

Na de eenmanszaak is de bv de meest gekozen rechtsvorm door ondernemers. De meeste ondernemers kiezen ervoor om een eenmanszaak op te richten. Voor Zzp’ers zijn er twee redenen om geen eenmanszaak op te richten maar een bv.

BV: geen persoonlijke aansprakelijkheid en (bij hoge winst) en belastingvoordeel

Geen persoonlijke aansprakelijkheid
Kiest u een eenmanszaak of bv? Een eenmanszaak is een natuurlijk persoon en dat houdt in dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen privé en zakelijk vermogen.
Met andere woorden: bij deze rechtsvorm bent u als zzp’er persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van het bedrijf. Gaat uw bedrijf failliet, dan gaat u ook failliet. In het slechtste geval bent u gedwongen uw huis te verkopen.

De bv kent een andere rechtsvorm: het is geen natuurlijk persoon, maar een rechtspersoon. Dat betekent dat u in principe niet aansprakelijk bent voor de schulden van uw bv en dat u privé niet opdraait voor een faillissement.
(Tenzij er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Nalatigheid of fraude.)

Belastingvoordeel
Zzp’ers die een hoge winst maken, komen vanzelf voor de vraag te staan: wat is fiscaal het gunstigst: een eenmanszaak of bv? Met andere woorden: wanneer is een bv fiscaal voordeliger ten opzichte van een eenmanszaak?
Het omslagpunt ligt ergens rond een jaarwinst van 150.000 euro of meer.

Ondernemers die een kleine winst behalen, zijn dus fiscaal gunstiger uit met een eenmanszaak dan met een bv.

Bij een eenmanszaak kom u namelijk in aanmerking voor diverse fiscale aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Als u niet veel winst maakt, heb je door deze aftrekposten veel belastingvoordeel.

Wie grote winsten behaalt, heeft relatief weinig aan deze aftrekposten. U zit al in het hoogste belastingtarief en de aftrekposten brengen u niet een schaal lager.

Dan bent u op een bepaald punt (circa 150.000 euro winst) fiscaal beter af met een bv. Het standaard lagere tarief van de vennootschapsbelasting weegt dan meer op tegen de aftrekposten van een eenmanszaak en de trapsgewijs stijgende inkomstenbelasting.

Een bv betaalt vennootschapsbelasting over de winst. Deze belasting bedraag 20% tot een winst van 200.000 euro. Bij een winst groter dan 200.000 euro, wordt dat 25% over de winst.

Plannen nieuw kabinet
Voor winsten tot € 200.000 gaat de vennootschapsbelasting in stappen omlaag van 20% naar 16%. Daarboven gaat de winstbelasting van 25% naar 21%. De aangekondigde verlenging van de eerste tariefschijf van € 200.000 naar € 250.000 wordt teruggedraaid. De eerste stappen van de plannen gaan per 1 januari 2019 in.

Directeur-grootaandeelhouder (dga)
Als u een bv opricht, is het kapitaal verdeeld in aandelen (hierover wordt dividend uitgekeerd) en zijn er twee verplichte organen: het bestuur en de aandeelhouders.
De aandeelhouders hebben de hoogste macht in een bv. De bestuurders hebben de dagelijkse leiding in het bedrijf, de aandeelhouders bepalen de richting van het bedrijf.

Als een zzp’er een bv opricht, is de bestuurder de enige aandeelhouder en daardoor directeur én grootaandeelhouder ineen. (Directeur groot aandeelhouder dga).

Salaris dga
Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in dienst bij uw bv en bent u verplicht uzelf loon uit te betalen. Dit moet een gebruikelijk salaris zijn (de gebruikelijk-loonregeling), waaraan jaarlijks door de Belastingdienst een minimum wordt gesteld. Het jaarsalaris voor een dga in 2018 is minimaal 45.000 euro.

Deze regel is in het leven geroepen om te voorkomen dat een dga zichzelf een laag loon uitkeert om belastingvoordeel via een dividenduitkering te verkrijgen. (Voor startups geldt een uitzondering, bestuurders van start-ups mogen drie jaar lang een minimumloon ontvangen.)

Het salaris van een dga bestaat namelijk uit loon en dividend. Je betaalt inkomstenbelasting over het loon en eventueel belasting over het dividend. Omdat het uitkeren van dividend belastingtechnisch gunstiger is, is het relatief duur om salaris op te nemen.

Het loon valt onder de inkomstenbelasting, terwijl de dividendbelasting 15% bedraagt en de vennootschapsbelasting 20%.

Financieringsvormen kiezen

Er zijn verschillende redenen waarom u geld nodig kunt hebben. Bij de start van een bedrijf zult u bijna altijd geld nodig hebben, al was het maar om de eerste maanden voordat de klanten gaan betalen door te komen. Maar er zijn ook andere momenten waarop geld nodig is. De Nederlandse vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) hanteert de volgende stadia van een bedrijf.
Seed

Financiering voor onderzoek, bepaling en ontwikkeling van het initieel concept voordat de start-up fase wordt bereikt. Ook wel genoemd: zaaikapitaal.

Start

Financiering voor productontwikkeling en initiële marketingactiviteiten van startende ondernemingen. Ook wel genoemd: early stage.

Expansie

Financiering voor het verder commercialiseren van productie en verkoop bij ondernemingen die hun productontwikkeling voltooid hebben, maar nog geen winst genereren. Ook wel groeifinanciering of tweede fase financiering genoemd. Brugfinanciering ofwel pre-IPO financiering zijn onder deze categorie geplaatst.

MBO/MBI (bedrijfsovername)

Financiering van overnames waarbij een deel van de aandelen geplaatst wordt bij het zittende management (management buy-out) of bij nieuw management (buy-in). Als een participatiemaatschappij investeert in volwassen bedrijven wordt deze categorie weergegeven.

Herstructurering

Investering in een bedrijf dat weinig of geen winst maakt en waarvan de continuïteit zonder extern vermogen niet is gewaarborgd. Door middel van reorganisatie kan de onderneming weer levensvatbaar worden. Ook wel turn-around of doorstart genoemd.

Zzp’ers gezocht voor de proef ‘Boekhouden, belastingaangifte en betalen in één’

Ziet u op tegen de boekhouding? Bang voor fouten, en gedoe met de Belastingdienst? Nergens voor nodig. U kunt u nu aanmelden voor een proef met online boekhoudpakketten waarmee u in één moeite door uw boekhouding, btw-aangifte en betaling regelt.

De proef ‘Boekhouden, belastingaangifte en betalen in één’ is een samenwerking tussen de Belastingdienst en de stichting Zeker-OnLine. Hij is in januari 2018 van start gegaan en duurt 2 jaar. Deelnemers krijgen de online boekhoudpakketten voor een speciale prijs.

Zo werkt het

Als u van de partij bent, gaat u aan de slag met een online boekhoudpakket in een veilige omgeving, dat automatisch de gegevens voor uw btw-aangifte klaarzet. Vervolgens verzendt u uw aangifte vanuit het pakket en betaalt u met iDeal.

De Belastingdienst kijkt níet mee in uw boekhoudpakket. Alleen uw aangifte- en betalingsgegevens worden verstuurd. Deelnemers aan de proef worden ook niet extra gecontroleerd.

Tijdens de proef horen wij graag uw ervaringen, via enquêtes of een interview.
U krijgt een onderzoeksvergoeding van € 25 als u minimaal 4 online enquêtes invult.
Werkt u mee aan een interview, dan geldt een uurtarief van € 50 (exclusief btw).

Natuurlijk is het veilig

Het is in uw én ons belang dat uw gegevens in goede handen zijn en blijven. Daarom werken wij samen met aanbieders van online boekhoudpakketten die het keurmerk Zeker-OnLine dragen. Een pakket krijgt dit keurmerk pas als de betrouwbaarheid, veiligheid en continuïteit ervan vaststaan.

Aanmelden?

Dat doet u bij Zeker-OnLine.